ECLI:NL:RVS:2016:3351
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 1 juni 2016 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 december 2016 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening was gericht op het voorkomen van uitzetting naar Albanië en het voortzetten van verstrekkingen gedurende de behandeling van het hoger beroep. Er was echter geen grond om aan te nemen dat de uitspraak in hoger beroep zou worden vernietigd.
Gezien deze omstandigheden, mede in het licht van een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:RVS:2016:3350), zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.