ECLI:NL:RVS:2016:3266
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en verlenging wegens ernstig vermoeden van gevaar voor veiligheid gezin
De burgemeester heeft op 9 augustus 2015 een tijdelijk huisverbod opgelegd aan appellant, wonende te Castricum, en dit huisverbod op 18 augustus 2015 verlengd. Het verbod hield in dat appellant de woning onmiddellijk moest verlaten en deze voor een periode van tien dagen, later verlengd met achttien dagen, niet mocht betreden of zich daarin mocht ophouden.
Appellant voerde aan dat hij geen geweld had gepleegd, ten onrechte als agressor was aangemerkt en aan hulpverlening had meegewerkt. Hij betwistte de verklaringen van zijn echtgenote, dochter en omwonenden en stelde dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Ook wees hij op zijn vrijspraak van mishandeling door het gerechtshof Amsterdam.
De Raad van State oordeelde dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. De burgemeester mocht op basis van verklaringen van de dochter, echtgenote en politie het ernstig vermoeden aannemen. De vrijspraak in strafrechtelijke zin deed hieraan niet af omdat de bewijsmaatstaf voor het huisverbod lager is. Ook was de belangenafweging van de burgemeester niet onjuist.
Ten aanzien van de verlenging oordeelde de Raad dat een gesprek tussen appellant en zijn echtgenote geen reële aanvang van hulpverlening betekende, mede omdat partijen geen mogelijkheid zagen om samen te wonen en zich als goede ouders te gedragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het huisverbod met verlenging wordt bevestigd.