ECLI:NL:RVS:2016:3257
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- J. Kramer
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit Nbw-vergunning wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wijzigde bij besluit van 17 januari 2014 de Nbw-vergunning voor een vleeskuikenbedrijf door gedeeltelijke intrekking van dierplaatsen. Na bezwaar en beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de aan het intrekkingsbesluit verbonden voorschriften onvoldoende rechtszekerheid boden, met name doordat onduidelijk bleef wanneer en onder welke voorwaarden de intrekking definitief werd.
De Afdeling overwoog dat voorschrift 1 en 2, die de intrekking pas definitief laten worden bij onherroepelijkheid van vergunningen voor saldo-ontvangende bedrijven, leiden tot onduidelijkheid over de toegestane dierplaatsen en ammoniakemissies. Dit systeem is onaanvaardbaar omdat het onzekerheid schept over de gebruiksrechten van het saldo-gevende bedrijf.
Verder wees de Afdeling de bezwaren van Mob af omtrent de aanpassing van de tabel met toegestane dieren en emissiefactoren, omdat de vergunning reeds eerder was beoordeeld en de wijzigingen binnen de beleidsregels vielen.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde voorschriften 1 en 2 van het intrekkingsbesluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Door deze uitspraak werd het geschil definitief beslecht zonder noodzaak voor een nieuw besluit op bezwaar.
Uitkomst: Voorschriften 1 en 2 van het intrekkingsbesluit worden vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.