ECLI:NL:RVS:2016:3163
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoegingen rechtsbijstand wegens kennelijk van elke grond ontbloot
Appellant heeft zes aanvragen ingediend voor toevoegingen voor rechtsbijstand ter ondersteuning van verschillende procedures bij de rechtbank, gericht op het verkrijgen van afschriften van justitiële documentatie en politiemutaties. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van voldoende gronden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de aanvragen kennelijk van elke grond waren ontbloot.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de raad vooringenomen was en het verbod van détournement de pouvoir had geschonden, en dat het recht op een eerlijk proces was geschonden doordat hem geen afschriften werden verstrekt. De Afdeling overwoog dat de besluiten op bezwaar inhoudelijk waren gemotiveerd en dat de bezwaarcommissie onafhankelijk was. De raad had de aanvragen beoordeeld op de inhoud van de aanvragen en de bezwaren, waarbij appellant geen concrete gronden had aangevoerd.
De Afdeling bevestigde dat de raad de aanvragen terecht als kennelijk van elke grond ontbloot kon afwijzen, omdat appellant niet had aangegeven welke inhoudelijke bezwaren hij had tegen de besluiten van de Justitiële Informatiedienst en politie. Het verzoek om afschriften was onvoldoende onderbouwd om rechtsbijstand te verlenen. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank het recht op een eerlijk proces niet had miskend en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de aanvragen om toevoeging wegens kennelijk van elke grond ontbloot.