ECLI:NL:RVS:2016:2979
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
De minister legde [appellante] een boete van €12.000,00 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de juiste tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €8.000,00 en verklaarde het bezwaar van [appellante] gegrond. Tegen deze uitspraak stelde [appellante] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de werkzaamheden van de vreemdeling hoofdzakelijk bestonden uit het bereiden van Nederlandse snacks, wat niet onder de verleende vergunning voor een frituurkok in de Chinese keuken viel. De minister had de boete terecht opgelegd. Wel achtte de Afdeling een verdere matiging op zijn plaats vanwege de correcte loonbetaling en administratie door [appellante].
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak waarin de boete op €8.000,00 was vastgesteld en stelde de boete vast op €6.000,00. Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen is vastgesteld op €6.000,00 na matiging in hoger beroep.