ECLI:NL:RVS:2016:2932
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 januari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Na aanvulling van de motivering bij brief van 27 augustus 2015, verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank geen onjuiste lezing gaf aan een eerdere uitspraak van de Afdeling over de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de psychische en cognitieve beperkingen van de vreemdeling. De staatssecretaris had terecht rekening gehouden met deze beperkingen en de verklaringen van de vreemdeling voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad verwierp het betoog van de vreemdeling dat het rapport van het Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) een sterke aanwijzing vormt voor de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Het rapport bevatte geen objectieve gegevens en was niet bedoeld om de geloofwaardigheid te beoordelen.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.