ECLI:NL:RVS:2016:2916
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving en invordering dwangsommen wegens bouw zonder vergunning in natuurgebied
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk legde aan [appellant] dwangsommen op wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een stacaravan, boothuis met steiger, schuur, perceelafscheidingen en het aanleggen van een haven met boothelling, vlonder en beschoeiing op een perceel met de bestemming natuurgebied.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de bouwwerken niet onder de vrijstellingen van het Besluit omgevingsrecht vallen omdat er geen hoofdgebouw aanwezig is en het overgangsrecht geen legalisatie oplevert.
Verder is vastgesteld dat het gebruik van de haven na de peildatum van het bestemmingsplan is begonnen en dus niet onder het overgangsrecht valt. Het college handelde binnen haar bevoegdheid en er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhavend optreden in de weg staan. Ook de invordering van de verbeurde dwangsommen is terecht, aangezien geen zicht op legalisering bestaat en het belang van handhaving zwaarwegend is.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de handhaving en invordering van dwangsommen bevestigd.