ECLI:NL:RVS:2016:209
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegaal gebouwd tuinhuis op recreatieterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Epe legde appellant een last onder dwangsom op om een tuinhuis op zijn perceel te verwijderen omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Wissel en Schraveren" en zonder omgevingsvergunning was gebouwd.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat het tuinhuis onder het overgangsrecht viel, dat geen vergunning vereist was, dat het college handhavend optreden vertraagde, en dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel waren geschonden. Ook stelde hij dat het college in strijd handelde met het EVRM en de Grondwet.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het tuinhuis inderdaad zonder vergunning was gebouwd en niet onder de uitzonderingen viel. Het overgangsrecht legaliseert het bouwwerk niet en een vergunning blijft vereist. De eerdere toezeggingen van het college boden geen rechtsgrond voor vertrouwen. De klachten over het gelijkheidsbeginsel en kostenvergoeding faalden. Het beroep op verjaring werd niet toegelaten wegens te late indiening.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht handhavend optrad en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank Gelderland wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het tuinhuis moet worden verwijderd.