ECLI:NL:RVS:2016:2855
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning Ashraf uit Somalië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok op 7 juli 2015 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, behorend tot de Ashraf minderheid in Somalië, in. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit en de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, waardoor het intrekkingsbesluit werd vernietigd.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat zijn besluit zorgvuldig was gemotiveerd, onder meer door te verwijzen naar het meest recente ambtsbericht van december 2014. Volgens hem leidt het behoren tot de Ashraf en terugkeer uit het westen niet automatisch tot een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Tevens wees hij op de acht factoren uit een Britse uitspraak die in de beoordeling betrokken moeten worden.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat het behoren tot de Ashraf niet op zichzelf een reëel risico inhoudt, mede omdat de positie van deze minderheid sinds 2012 niet is verslechterd. Ook werd geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer uit het westen of de slechte humanitaire situatie in Mogadishu een risico oplevert. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.