ECLI:NL:RVS:2016:2815
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens ontbreken overeenkomst en kostenbewijs
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de aan appellante toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2009, 2010 en 2011 herzien en vastgesteld op nihil, met de verplichting tot terugbetaling van te veel ontvangen bedragen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit over 2009 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar vernietigde het besluit over 2010 en 2011 wegens onvoldoende motivering en het ontbreken van een hoorprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de kinderopvang in 2010 en 2011 niet plaatsvond op basis van een overeenkomst zoals vereist in de Wet kinderopvang en dat appellante geen kosten heeft aangetoond. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat de Afdeling niet onafhankelijk is, dat de termijnoverschrijding onterecht was vastgesteld, en dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening na het verstrijken van termijnen. Deze bezwaren werden verworpen.
De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst bevoegd was de voorschotten binnen vijf jaar na het toeslagjaar te herzien en dat het ontbreken van een geldige overeenkomst en bewijs van kosten rechtvaardigt dat de voorschotten op nihil worden gesteld. Ook werd geoordeeld dat appellante geen vertrouwen kon ontlenen aan de voorschotten en dat de dienst niet in strijd handelde met het rechtszekerheidsbeginsel of het verbod van détournement de pouvoir.
De Afdeling concludeerde dat appellante onvoldoende bewijs leverde van betaling van kinderopvangkosten, met name omdat contante betalingen niet met kwitanties werden onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.