ECLI:NL:RVS:2016:2710
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 6 januari 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en de toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris tijdig was ingesteld vanwege een rechtsmiddelenclausule. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van de ontvoering niet handhaafde. De staatssecretaris had het besluit deugdelijk gemotiveerd met verwijzing naar de situatie in Kabul, het risico op ontdekking bij checkpoints en de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling.
Ook de grieven over de ongeloofwaardigheid van de ontsnapping en de daaropvolgende gebeurtenissen slaagden, omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met de ontvoering. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.