ECLI:NL:RVS:2016:2578
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik Wob-bevoegdheid
In deze zaak heeft de minister van Veiligheid en Justitie hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van appellant sub 2 tegen een besluit van de minister gegrond verklaarde en het besluit herroept had. De kern van het geschil betrof een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat appellant sub 2, vertegenwoordigd door een gemachtigde, misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en daarop voortbouwende rechtsmiddelen in te stellen. Dit misbruik bestond uit het indienen van een vaag en ongericht Wob-verzoek dat niet geschikt was voor het beoogde doel, namelijk het verkrijgen van informatie ter motivering van een rechtsmiddel tegen een verkeersboete, waarvoor een andere wettelijke grondslag bestaat.
Gelet op het procesgedrag van de gemachtigde en de aard van het verzoek is het beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 is eveneens niet-ontvankelijk. Vergoeding van proceskosten is niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid.