ECLI:NL:RVS:2016:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ligplaatsvergunning en last onder dwangsom wegens illegaal afmeren schip in havengebied Goes
Appellant huurt een stuk grond aan de kade in Goes en heeft daar een zeilvrachtschip afgemeerd voor restauratiewerkzaamheden zonder vergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Goes heeft het verzoek om een ligplaatsvergunning geweigerd vanwege belangen van vrije doorvaart en veiligheid, en heeft een last onder dwangsom opgelegd om het schip te verwijderen.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat zijn schip de vrije doorvaart niet belemmert en dat hij als eenmansbedrijf wel recht heeft op een vergunning, maar deze argumenten werden verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het college terecht heeft geweigerd de vergunning te verlenen om precedentwerking en veiligheidsbelangen te voorkomen.
Ook de last onder dwangsom is gegrond bevonden. De Afdeling stelt dat het bestuursorgaan in principe moet handhaven bij overtredingen en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die handhaving onredelijk maken. De invordering van de dwangsommen wordt eveneens bevestigd, ondanks dat appellant de overtreding later heeft beëindigd, omdat invordering noodzakelijk is voor effectieve handhaving.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de ligplaatsvergunning en de last onder dwangsom, en verklaart het hoger beroep ongegrond.