ECLI:NL:RVS:2015:3891
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens illegale ligplaats woonschip en vergunningweigering
Appellant heeft een woonschip zonder vergunning aangelegd op een ligplaats in de Oude Rijn te Leiden. Het college van burgemeester en wethouders heeft hem een last onder dwangsom opgelegd om het woonschip te verwijderen, omdat hij geen ligplaats- of omgevingsvergunning had. Het college heeft bezwaar van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard en de rechtbank heeft dit bevestigd.
Appellant stelde dat het college ten onrechte handhavend optrad en dat het besluit onrechtmatig was, mede omdat hij zich op een gedoogconstructie beriep en dat het handhaven een disproportionele inbreuk op zijn rechten volgens artikel 8 EVRM Pro betekende. Ook voerde hij aan dat het college niet tijdig had beslist op zijn bezwaarschrift, waardoor dwangsommen waren verbeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht vergunningen heeft geweigerd op grond van het bestemmingsplan en dat handhaving niet onevenredig is. Wel is geoordeeld dat het college een dwangsom van €670,00 is verschuldigd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en bevestigt de overige delen van het vonnis. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €670 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en het hoger beroep is gegrond verklaard.