ECLI:NL:RVS:2016:2448
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- E. Helder
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning voor zeven woningen wegens niet-tijdig gebruik
Het college heeft bij besluit van 25 november 2014 de bouwvergunning en vrijstelling voor tien woningen gedeeltelijk ingetrokken voor zeven woningen, omdat niet binnen de in de Wabo gestelde termijn handelingen met gebruikmaking van de vergunning waren verricht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond.
Appellante voerde aan dat de woningen ruimtelijk onlosmakelijk met elkaar samenhangen en dat het college onvoldoende rekening hield met haar belangen en de exploitatie-overeenkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woningen bouwkundig en functioneel zelfstandig zijn en dat het college bevoegd was tot intrekking. Tevens was het niet aannemelijk dat binnen korte termijn met de bouw van de zeven woningen zou worden gestart.
Verder stelde appellante dat het besluit ten onrechte onmiddellijk in werking trad, maar de Afdeling vond dat dit geen nadeel opleverde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de gedeeltelijke intrekking van de bouwvergunning bevestigd.