ECLI:NL:RVS:2016:2419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en herziening boetebedrag
De minister legde [appellante] een boete van €24.000,00 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders.
De Afdeling beoordeelde onder meer de juistheid van het boeterapport, de gezagsverhouding tussen de vreemdelingen en [appellante], en de toepasselijkheid van matigingsgronden. De verklaringen van de vreemdelingen en vennoten wezen uit dat er sprake was van een gezagsverhouding en loonbetaling, waardoor de werkzaamheden niet als zelfstandigen werden verricht.
De Afdeling concludeert dat het boeterapport zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de boete terecht is opgelegd. Wel acht zij het boetebedrag van €24.000,00 te hoog en stelt dit vast op €16.000,00, rekening houdend met gewijzigde beleidsregels. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €16.000,00 en eerdere besluiten worden vernietigd.