ECLI:NL:RVS:2016:2226
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek wegens rook- en stankoverlast woonark
Bij besluit van 17 oktober 2014 wees het college het verzoek van appellante af om handhavend op te treden tegen rook- en stankoverlast veroorzaakt door een stookinstallatie op een woonark nabij haar appartement. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en de rechtbank bevestigde dit oordeel in augustus 2015.
Appellante stelde dat het college de hoorplicht had geschonden omdat zij zich onveilig voelde door de aanwezigheid van een derde-belanghebbende en daarom niet is gehoord. De Afdeling oordeelde dat appellante geen gebruik wilde maken van het recht op horen en dat het college de hoorplicht niet had geschonden, mede omdat geen feiten waren aangevoerd die een afzonderlijke hoorzitting rechtvaardigden.
Verder voerde appellante aan dat de meting van het college onbetrouwbaar was omdat deze was uitgevoerd na waarschuwing aan de eigenaar van de kachel en dat een gespecialiseerd bedrijf een betrouwbare meting had moeten verrichten. De Afdeling stelde dat de meting voldeed aan de normen van het Bouwbesluit 2012 en NEN-normen, dat de resultaten niet waren bestreden en dat klachten van omwonenden uit het verleden niet relevant waren voor het bevoegdheidsvraagstuk.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.