ECLI:NL:RVS:2016:2188
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst en onrechtmatige herziening voorschot
Appellant heeft voor de jaren 2009, 2010 en 2011 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor opvang via verschillende gastouderbureaus. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de voorschotten voor deze jaren herzien en grotendeels op nihil gesteld, omdat appellant geen overeenkomst als bedoeld in de Wet kinderopvang kon overleggen en onvoldoende kosten heeft aangetoond.
De rechtbank heeft de beroepen van appellant tegen deze herzieningen ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat hij op basis van het vertrouwensbeginsel toch aanspraak had op toeslag voor opvang via de eerste twee gastouderbureaus en dat hij de kosten voor opvang via het derde gastouderbureau wel had aangetoond.
De Afdeling oordeelt dat het vertrouwensbeginsel geen recht geeft op toeslag als niet aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Tevens is de overeenkomst met het derde gastouderbureau niet volledig omdat het aantal opvanguren ontbreekt, waardoor ook hiervoor geen recht bestaat. Daarnaast vernietigt de Afdeling het besluit van 1 april 2015 tot herziening van het voorschot over 2009 omdat dit besluit buiten de wettelijke termijn van vijf jaar viel.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het herzieningsbesluit gegrond en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit van 1 april 2015 vernietigd wegens overschrijding van de herzieningstermijn.