ECLI:NL:RVS:2016:2180
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kwijtschelding restschuld NHG na relatiebeëindiging
Appellanten verkregen in 2007 een woning gefinancierd met een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Na beëindiging van hun relatie en verhuizing ontstond een restschuld na verkoop van de woning. Stichting WEW weigerde aanvankelijk kwijtschelding van de restschuld toe te kennen, waarna appellanten bezwaar en beroep instelden.
De rechtbank oordeelde dat Stichting WEW onvoldoende had gemotiveerd dat appellanten niet te goeder trouw waren en verklaarde het beroep gegrond. Ter uitvoering hiervan besloot Stichting WEW alsnog de restschuld kwijt te schelden. Beide partijen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellanten te goeder trouw waren, omdat het inkomen van appellanten voldoende was om de hypotheeklasten te betalen en de verkoop van de woning het gevolg was van eigen keuzes binnen de risicosfeer van appellanten. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Tevens werd het besluit van Stichting WEW tot kwijtschelding vernietigd omdat het was genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van Stichting WEW gegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot kwijtschelding worden vernietigd.