ECLI:NL:RVS:2016:2164
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in vreemdelingenzaak
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning niet-ontvankelijk werd verklaard en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond werd verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst of de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van het beroep is overschreden. De procedure heeft namelijk twee jaar, negen maanden en zes dagen geduurd, wat de redelijke termijn overschrijdt en toe te rekenen is aan de Staat.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de uitspraak waarin de rechtbank deze toetsing naliet, bevestigt het overige oordeel en veroordeelt de Staat tot betaling van €1.000 aan immateriële schadevergoeding. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de vreemdelingenprocedure.