ECLI:NL:RVS:2016:2065
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering onderdak en leefgeld aan vreemdeling met uitzetbeletsel naar Irak
De vreemdeling verzocht om onderdak en leefgeld, waarop de staatssecretaris bij besluit van 10 juli 2014 het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde dat verblijf in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onaanvaardbaar is omdat dit zou betekenen dat hij gedwongen zou worden terug te keren naar Irak, terwijl uitzetting naar Irak volgens artikel 3 EVRM Pro verboden is.
De staatssecretaris stelde dat de vertrekplicht uit Nederland blijft bestaan, maar dat deze niet ziet op terugkeer naar Irak, maar op vertrek naar een derde land. Het verblijf in een VBL kan gericht zijn op zo'n vertrek. De rechtbank vond dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander onderdak vereisten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft volstaan met het aanbod van onderdak in een VBL onder de voorwaarde van medewerking aan vertrek. Het uitzetbeletsel naar Irak vormt geen bijzondere omstandigheid die een ander besluit vereist. Het hoger beroep is daarom kennelijk ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.