ECLI:NL:RVS:2016:2038
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.W. van de Gronden
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inpassingsplan RijnlandRoute voor specifieke planregels en bestemmingen
Provinciale staten van Zuid-Holland stelden op 10 december 2014 het inpassingsplan RijnlandRoute vast. Hiertegen stelden appellanten beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaf in een tussenuitspraak van januari 2016 opdracht tot herstel van bepaalde gebreken in het besluit.
Bij een wijzigingsbesluit van 23 maart 2016 werden enkele planregels en de verbeelding aangepast. Appellanten brachten zienswijzen naar voren, waarna de Afdeling het onderzoek sloot zonder verdere zitting.
De Afdeling oordeelde dat het wijzigingsbesluit niet volledig tegemoet kwam aan de beroepen, waardoor het beroep van rechtswege mede tegen dat besluit gericht was. Voor appellanten sub 1 werd het beroep geacht ingetrokken, maar het oorspronkelijke besluit werd vernietigd voor zover het artikel 14.4, tweede lid, van de planregels betreft.
Appellant sub 2 voerde aan dat het wijzigingsbesluit onvoldoende tegemoetkwam aan haar bezwaren over aantasting van woon- en leefklimaat door geluid, luchtkwaliteit, trilling en uitzicht. De Afdeling concludeerde dat het inpassingsplan voldoet aan de geluidnormen en dat de overige bezwaren onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep tegen het wijzigingsbesluit werd ongegrond verklaard, maar het oorspronkelijke besluit werd vernietigd voor het plandeel met bestemming Verkeer voor zover gronden niet langer als zodanig bestemd zijn.
Provinciale staten werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan RijnlandRoute wordt vernietigd voor specifieke planregels en bestemmingen, terwijl de beroepen tegen het wijzigingsbesluit ongegrond worden verklaard.