ECLI:NL:RVS:2016:2003
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling met vervalst paspoort
Op 3 januari 2016 werd een vreemdeling bij de grensdoorlaatpost Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd vanwege een vervalst paspoort, ondanks dat hij een authentiek beoordeelde Zwitserse verblijfsvergunning had en door wilde reizen naar Zwitserland. De vreemdeling werd strafrechtelijk gedetineerd wegens het gebruik van het vervalste document, waarna op 18 januari 2016 de strafrechtelijke detentie werd opgeheven.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de toegangsweigering onrechtmatig was, evenals het daarop gebaseerde besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de toegangsweigering op 3 januari terecht was vanwege het vervalste paspoort en de strafrechtelijke detentie. Echter, na opheffing van de detentie op 18 januari kon de vreemdeling niet langer de toegang worden geweigerd en was de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond verklaard en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond verklaard. Tevens werd een vergoeding toegekend voor de periode van 18 tot 29 januari 2016 en proceskosten aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond verklaard en een vergoeding toegekend.