Uitspraak
BESTUURSRECHTSPRAAK
verzoeker,
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Een vreemdeling verzocht op 28 december 2015 om herziening van de uitspraak van 1 mei 2015, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag kennelijk ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling overwoog dat herziening slechts mogelijk is bij het aantonen van nieuwe feiten of omstandigheden die in de eerdere procedure niet bekend waren en die de uitkomst kunnen beïnvloeden. Het verzoek bevatte geen dergelijke feiten of omstandigheden. Daarom werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 januari 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.