ECLI:NL:RVS:2016:1781

Raad van State

Datum uitspraak
21 februari 2016
Publicatiedatum
22 juni 2016
Zaaknummer
201600062/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke uitspraak vreemdelingenrecht

Een vreemdeling verzocht op 28 december 2015 om herziening van de uitspraak van 1 mei 2015, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag kennelijk ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Afdeling overwoog dat herziening slechts mogelijk is bij het aantonen van nieuwe feiten of omstandigheden die in de eerdere procedure niet bekend waren en die de uitkomst kunnen beïnvloeden. Het verzoek bevatte geen dergelijke feiten of omstandigheden. Daarom werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 januari 2016.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

201600062/1/V3.
Datum uitspraak: 21 januari 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2015 in zaak nr. 201502617/1/V3.
Procesverloop
Bij brief van 28 december 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 1 mei 2015 in zaak nr. 201502617/1/V3, waarbij de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 25 maart 2015 kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien. De brief en een afschrift van de uitspraak van 1 mei 2015 zijn aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.
2. Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, griffier.
w.g. Verheij w.g. Waasdorp
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016
714.