ECLI:NL:RVS:2016:1771
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling wint hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en vergoeding toegekend
De vreemdeling meldde zich op 21 september 2015 bij de grens van Schiphol en gaf aan een asielaanvraag te willen indienen. Op die dag werd het besluit over zijn toegang tot Nederland uitgesteld en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en betoogde dat de vrijheidsontnemende maatregel onzorgvuldig was voorbereid, omdat hem niet duidelijk was dat hij bijzondere persoonlijke omstandigheden moest aanvoeren om een lichter middel te verkrijgen. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende duidelijkheid had verschaft en geen concrete vragen had gesteld om de belangen van de vreemdeling te inventariseren.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het uitstellen van het besluit over de toegang, en verklaarde het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding van €720 toegekend over de periode van 21 tot 30 september 2015, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.488.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond en kent een vergoeding toe.