ECLI:NL:RVS:2016:1770
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok bij besluit van 25 februari 2015 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdeling geen reëel risico liep bij terugkeer naar Mogadishu. De Afdeling volgde de jurisprudentie van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2016:1168) en stelde vast dat het hoger beroep gegrond was.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling benadrukte dat andere beroepsgronden die niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld buiten beschouwing bleven.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel ongegrond.