ECLI:NL:RVS:2016:1699
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd op 26 januari 2016 en 10 februari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het gebruik van een vervalst reisdocument en een eerdere afwijzing van een asielaanvraag. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de duur van de prejudiciële procedure meewoog in de belangenafweging en dat het enkele feit dat de vreemdeling geen gevaar voor de openbare orde vormde onvoldoende was om de bewaring op te heffen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.