ECLI:NL:RVS:2016:1692
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling wint hoger beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning en proceskostenvergoeding
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 2 mei 2014 de aanvraag van de vreemdeling af voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar dat op 20 mei 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor het inreisverbod en niet-ontvankelijk voor de verlenging van de verblijfsvergunning.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de staatssecretaris incidenteel hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk gegrond was en dat van het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris geen succes was te verwachten.
De rechtbank had een motiveringsgebrek vastgesteld maar dit gepasseerd. Wel had de rechtbank nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling. De Raad van State vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van €1.984 aan proceskosten en €167 aan griffierecht. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.