ECLI:NL:RVS:2016:1689
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen verlenging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 23 februari 2016 is de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met maximaal negen maanden. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank tegen dit verlengingsbesluit en tegen het voortduren van de bewaring, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht de toepasselijke wettelijke bepalingen, met name de artikelen 84, 94, en 95 van de Vreemdelingenwet 2000, en concludeerde dat tegen een besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel geen hoger beroep openstaat.
Ook het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank over het voortduren van de bewaring is niet ontvankelijk omdat daarvoor geen hoger beroep openstaat volgens artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Afdeling verklaart zich derhalve onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verlenging van de vrijheidsontnemende maatregel.