ECLI:NL:RVS:2016:1633
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling kosten BSO
Appellant heeft twee kinderen die in 2011 opvang genoten bij een kindercentrum en een BSO. De Belastingdienst/Toeslagen stelde de tegemoetkoming kinderopvangtoeslag definitief vast en vorderde een bedrag aan ten onrechte verstrekte voorschotten terug. De discussie richt zich op de kosten van de kinderopvang bij de BSO in de periode oktober tot en met december 2011.
Appellant betwist dat hij de kosten niet volledig heeft voldaan en wijst op een telefonisch bericht van een medewerker van de Belastingdienst/Toeslagen over een te laag betaalde vergoeding. De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij de kosten volledig heeft voldaan, mede omdat de bankafschriften slechts drie betalingen van €250 tonen terwijl de kosten hoger waren.
De Raad van State overweegt dat op grond van de wet de bewijslast bij appellant ligt om aan te tonen dat hij de kosten heeft gemaakt en voldaan. Omdat appellant dit niet heeft kunnen aantonen, wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.