ECLI:NL:RVS:2016:1549
Raad van State
- Verzet
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de opposant verzet ingesteld tegen de uitspraak van 14 januari 2016, waarin zijn beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers in de wijk Kortenbos niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend en opposant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die dit verzuim konden rechtvaardigen.
Opposant stelde dat hij abusievelijk een latere datum op het beroepschrift had vermeld, maar dat hij het beroepschrift al eerder bij PostNL had aangeboden. Hij voerde ook aan dat hij door vakantie niet tijdig kennis had kunnen nemen van de brief waarin hij werd verzocht dit aan te tonen.
De Afdeling oordeelde dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg, lopende tot en met 25 november 2015, en dat het beroepschrift pas op 30 november 2015 was ontvangen. Omdat op de envelop geen leesbaar poststempel stond en het beroepschrift op de derde werkdag na de termijn was ontvangen, kon niet worden aangenomen dat het tijdig ter post was bezorgd. De enkele stelling van opposant was onvoldoende om dit aannemelijk te maken.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.