ECLI:NL:RVS:2016:1420
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ligplaatsvergunning woonboot in Oosterdok herinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok op 16 april 2014 de ligplaatsvergunning van wederpartij voor zijn woonboot in het Oosterdok in en verleende een nieuwe ligplaatsvergunning voor een andere locatie, met een tijdelijke vergunning voor een tussenliggende ligplaats. Wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat het college op 14 augustus 2014 ongegrond verklaarde. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, omdat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de waarde van de nieuwe ligplaats en de motivering ontbrak.
Het college stelde hoger beroep in en voerde aan dat het beoordelingsvrijheid had bij de waardering van de nieuwe ligplaats volgens het Bever-protocol en dat de nieuwe ligplaats zo volwaardig en gelijkwaardig mogelijk was aan de oude ligplaats. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de relevante factoren uit het Bever-protocol had betrokken en dat de rechtbank ten onrechte het besluit van het college vernietigde wegens gebrek aan onderzoek en motivering.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigde dat het college niet gehouden was tot nader onderzoek naar compensatie, aangezien de nieuwe ligplaats niet minderwaardig werd geacht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.