ECLI:NL:RVS:2016:1379
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op asielweigering
De staatssecretaris wees op 30 december 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens een verblijfsvergunning regulier en het achterwege laten van uitzetting. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de problemen van de vreemdeling verband hielden met haar koptische christelijke achtergrond en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet naar de plaats in Egypte kon terugkeren. De medische situatie van de vreemdeling leidde ook niet tot een schending van artikel 3 EVRM Pro die uitzetting zou verhinderen.
Verder was de staatssecretaris niet verplicht een ambtshalve beoordeling te verrichten vanwege het late indienen van de aanvraag. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.