ECLI:NL:RVS:2016:1370
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontvankelijkheid en belanghebbendheid Comité Woonboten Prinsengracht in bestuursrechtelijke procedure tegen invaarverbod
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde bij besluit van 15 april 2015 een invaarverbod in voor schepen op delen van de Prinsengracht en Singelgracht tussen 1 april en 1 oktober. Het Comité Woonboten Prinsengracht maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het Comité volgens het college geen vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid zou zijn.
De rechtbank oordeelde echter dat het Comité wel aan de vereisten van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid voldoet, omdat het beschikt over een ledenbestand, een doelgerichte organisatie met bestuur en regelmatige ledenvergaderingen, en als eenheid deelneemt aan het rechtsverkeer. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Hoewel het Comité geen contributie heft, beschikt het over een duidelijke ledenadministratie en is het aannemelijk dat het een ledenbestand heeft. Het Comité behartigt de belangen van bewoners van woonboten aan de Prinsengracht, die rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.