ECLI:NL:RVS:2016:1325
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde kinderopvangtoeslag ondanks faillissement kindercentrum
Appellante maakte in 2011 gebruik van kinderopvang waarvoor zij voorschotten kinderopvangtoeslag ontving die op verzoek op de rekeningen van het kindercentrum werden gestort. De Belastingdienst stelde vast dat het aantal opvanguren lager was dan eerder was opgegeven, waardoor het voorschot moest worden teruggevorderd.
Appellante betwistte de terugvordering omdat het kindercentrum onjuist aantal uren had doorgegeven en failliet was, waardoor zij geen verhaal kon halen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad van State overweegt dat de Awir dwingend voorschrijft dat terugvordering van teveel betaalde voorschotten verplicht is en dat de verantwoordelijkheid voor tijdige en juiste doorgeving bij de aanvrager ligt, ook als het kindercentrum de gegevens doorgeeft. Toepassing van het wettelijke voorschrift kan niet worden achterwege gelaten, ook niet bij onbillijke situaties zoals faillissement.
De uitspraak bevestigt dat appellante het bedrag van € 3.096,00 moet terugbetalen, met de mogelijkheid een betalingsregeling te treffen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van € 3.096,00 teveel betaalde kinderopvangtoeslag wordt bevestigd ondanks het faillissement van het kindercentrum.