ECLI:NL:RVS:2016:1003
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na herbeoordeling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan vijf appellanten boetes op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de boetenormbedragen aangepast moesten worden op grond van een gewijzigde beleidsregel, waardoor lagere boetes passend zijn. Appellanten voerden aan dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkten en dat de boetes in strijd waren met het EU-verdrag en overgangsregelingen, maar deze argumenten werden verworpen op basis van jurisprudentie en feitelijke omstandigheden.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdelingen feitelijk onder gezagsverhouding werkten en dat appellanten onvoldoende controleerden op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de boetes werden herzien en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boetebesluiten worden vernietigd en de boetes worden vastgesteld op lagere bedragen conform de gewijzigde beleidsregel.