ECLI:NL:RVS:2015:2953
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdelingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde tegen één van hen een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank de Regeling langdurig verblijvende kinderen onjuist had uitgelegd en dat het toezichtsvereiste, dat inhoudt dat vreemdelingen zich sinds 27 juli 2010 niet langer dan drie maanden aaneengesloten aan toezicht mochten onttrekken, terecht werd toegepast. De Afdeling verwierp de stellingen van de vreemdelingen dat het toezichtsvereiste onredelijk, discriminatoir of in strijd met het EVRM en IVRK was.
Verder oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het belang van het kind werd meegewogen maar niet leidend was, zorgvuldig en terughoudend was uitgevoerd. Ook werd geoordeeld dat het horen van de vreemdelingen niet noodzakelijk was omdat het bezwaar geen andersluidend besluit kon opleveren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.