ECLI:NL:RVS:2015:2489
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.W. van de Gronden
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken en administratieve beroepen verkeersboetes
Appellante heeft tegen meerdere verkeersboetes administratieve beroepen ingesteld en tegelijkertijd verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend om stukken met betrekking tot die boetes openbaar te maken. Deze Wob-verzoeken werden bewust gekoppeld aan de administratieve beroepen, wat het bestuursorgaan bemoeilijkte om tijdig te beslissen.
De minister stelde dat de gemachtigde van appellante, een ervaren rechtsbijstandverlener, met deze handelswijze misbruik maakte van de wettelijke bevoegdheid door honderden Wob-verzoeken en beroepen in te dienen, met als doel het incasseren van dwangsommen en proceskostenvergoedingen. De Afdeling oordeelde dat dit procesgedrag en het oogmerk daarvan aan appellante moet worden toegerekend.
De Afdeling overwoog dat het indienen van Wob-verzoeken in combinatie met administratieve beroepen, het bewust verbergen van ingebrekestellingen en het herhaaldelijk indienen van verkapte Wob-verzoeken zonder redelijk doel, blijk geeft van kwade trouw en misbruik van recht. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door het indienen van Wob-verzoeken gekoppeld aan administratieve beroepen.