ECLI:NL:RVS:2015:1717
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A. Hammerstein
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit ontheffing afschot reeën in Drenthe vanwege verkeersveiligheid
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende op 23 februari 2010 een ontheffing aan de stichting Faunabeheereenheid Drenthe voor het doden en vangen van reeën in de provincie Drenthe. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waaronder vernietiging en herziening van besluiten, werd het besluit van 17 mei 2013 en 29 november 2013 door de rechtbank vernietigd. Het college stelde daarop een nieuw besluit van 26 augustus 2014 vast, waarin de ontheffing op grond van beperkte gronden en gewijzigde motivering werd gehandhaafd.
De Faunabescherming stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een relatie bestaat tussen de omvang van de reeënpopulatie en de verkeersveiligheid in eerdere besluiten, maar dat het in het besluit van 26 augustus 2014 voldoende aannemelijk was gemaakt dat afschot noodzakelijk is om een toename van aanrijdingen te voorkomen. Tevens werd geoordeeld dat het college terecht het belang van het voorkomen van onnodig lijden en het reguleren van de populatieomvang als grondslag hanteerde.
De Raad van State verwierp het beroep van de Faunabescherming en bevestigde het bestreden uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de Faunabescherming en tot betaling van griffierecht. Hiermee blijft de ontheffing voor het afschot van reeën in Drenthe gehandhaafd, gericht op het waarborgen van de verkeersveiligheid en dierenwelzijn.
Uitkomst: Het beroep van de Faunabescherming wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontheffing voor afschot van reeën wordt bevestigd.