ECLI:NL:RVS:2015:1662
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- B.P. Vermeulen
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen raadsbesluiten begroting gemeente Binnenmaas
Appellante, een aannemingsbedrijf, maakte bezwaar tegen raadsbesluiten van de gemeente Binnenmaas betreffende de vaststelling van de begroting 2012 en 2013. De raad verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde deze beslissingen en verklaarde het beroep van appellante tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het eerste besluit was ingetrokken door het tweede besluit, dat zij zich onvoldoende had kunnen voorbereiden door het late besluit van 18 juni 2014, dat het advies van de bezwarencommissie niet onafhankelijk was vanwege betrokkenheid van de secretaris, en dat de raad handelde in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast stelde zij dat de begrotingsbesluiten wel besluiten in de zin van de Awb zijn en dat de raad een dwangsom had verbeurd.
De Afdeling oordeelde dat het tweede besluit het eerste verving, waardoor appellante geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het eerste besluit. De Afdeling verwierp de stelling dat het advies van de bezwarencommissie niet onafhankelijk was en bevestigde dat de begrotingsbesluiten geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Ook werd geoordeeld dat geen dwangsom is verbeurd bij niet-tijdige beslissing op bezwaar dat kennelijk niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.