ECLI:NL:RVS:2014:963
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken rechtbank inzake toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Op 24 mei 2013 werd aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en werd hem de toegang geweigerd. De vreemdeling stelde administratief beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond en wees het beroep tegen de toegangsweigering deels toe, maar hield de rechtsgevolgen in stand.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om het beroep tegen de toegangsweigering te behandelen omdat de vrijheidsontnemende maatregel nog voortduurde en het beroep tegen deze maatregel al in behandeling was bij de Afdeling. Ook had de rechtbank beide beroepen gelijktijdig moeten behandelen. Daarom werden beide uitspraken van de rechtbank vernietigd.
De Raad toetste vervolgens inhoudelijk de besluiten van 24 mei 2013 en verklaarde de beroepen ongegrond. De vreemdeling werd niet belemmerd in zijn toegang tot rechtsbijstand en er was voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde de hoger beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen en het schadeverzoek af.
Uitkomst: Hoger beroepen gegrond verklaard, uitspraken rechtbank vernietigd, beroepen tegen besluiten ongegrond en schadevergoeding afgewezen.