ECLI:NL:RVS:2014:874
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing bunkercomplex als gemeentelijk monument ondanks bezwaren eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Westland wees aanvankelijk de aanvraag tot aanwijzing van het bunkercomplex 'Widerstandsnest' 51H als gemeentelijk monument af. Na bezwaar van Stichting Menno van Coehoorn herzag het college dit besluit en wees het complex alsnog aan als gemeentelijk monument. De eigenaar van het perceel, appellant, stelde beroep in tegen deze aanwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college zich terecht baseerde op het advies van de monumentencommissie, die het bunkercomplex als geheel monumentwaardig achtte vanwege de cultuur- en krijgshistorische waarde en de ensemblewaarde van de overgebleven bunkers. De stelling van appellant dat niet alle bunkers monumentale waarde zouden hebben en dat de commandobunker en het logiesverblijf geen cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen, werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Verder oordeelde de Raad dat het college voldoende rekening had gehouden met de belangen van appellant, waaronder zijn financiële belangen, en dat een waardedaling onvoldoende grond is om af te zien van aanwijzing. Ook werd benadrukt dat ingrijpende wijzigingen of sloop nog aan de orde kunnen komen bij vergunningaanvragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van het bunkercomplex als gemeentelijk monument bevestigd.