ECLI:NL:RVS:2014:786
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning pluimvee- en schapenhouderij vanwege stofhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen heeft op 25 juni 2013 een revisievergunning verleend voor een pluimvee- en schapenhouderij aan een locatie te Hoornsterzwaag. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld wegens vermeende stofhinder, met name tijdens het uitdraaien van mest.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de Wet milieubeheer zoals die gold vóór de invoering van de Wabo. Het college heeft een zekere beoordelingsvrijheid bij het verlenen van vergunningen en heeft gesteld dat de stofhinder niet zodanig is dat de vergunning geweigerd had moeten worden.
De Afdeling oordeelt dat de binnen de inrichting aanwezige maatregelen, zoals volièrehuisvesting met mestbanden en afgedekte mestopslag, voldoende zijn om de stofhinder te beperken. De afstand tussen de mestafdraaibanden en de woning van appellant maakt dat de stofhinder niet onaanvaardbaar is. Ook de luchtkwaliteitsberekeningen tonen geen overschrijding van grenswaarden aan.
De door appellant aangevoerde waardevermindering van zijn perceel wordt niet in de beoordeling van de vergunning betrokken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning wordt ongegrond verklaard.