ECLI:NL:RVS:2014:4470
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning marktstandplaats en toetsing Brancheringslijst Leidschendam
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 17 februari 2012 een vergunning voor een tweede marktstandplaats in de categorie 'Bloemen/bloemstukjes'. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning en voerde aan dat de Brancheringslijst 2010, waarop de vergunning was gebaseerd, onjuist en onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat de Brancheringslijst 2010 deugdelijk was gemotiveerd en dat er ruimte was voor twee kooplieden in de betreffende categorie. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en de vergunning aan belanghebbende bleef van kracht.
In hoger beroep betoogde appellante dat het advies van de marktcommissie, dat ten grondslag lag aan de opschaling, discutabel was en dat de belangen van belanghebbende niet zwaarder mochten wegen dan die van haar. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college ten onrechte de Brancheringslijst onverbindend had verklaard, maar dat de lijst op dat moment nog gold en dat de rechtbank terecht terughoudend had getoetst.
De Afdeling concludeerde dat de Brancheringslijst gebaseerd was op een deugdelijke en kenbare motivering, waaronder een positief advies van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel. De belangenafweging door het college was redelijk en de rechtbank had terecht het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de tweede marktstandplaats blijft van kracht.