ECLI:NL:RVS:2014:440
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van niet-ontvankelijk verklaard beroep in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 10 augustus 2012 werd afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat het inreisverbod vaststond, waardoor volgens de rechtbank geen rechtmatig verblijf mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in het arrest.
Daarnaast stelt de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €487,00 en gelast dat de staatssecretaris het betaalde griffierecht van €239,00 aan de vreemdeling vergoedt. De verdere vergoeding van proceskosten wordt aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.