ECLI:NL:RVS:2014:4390
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding voor door grauwe ganzen toegebrachte schade aan miniknollen
Appellant sub 1 had schade geleden door grauwe ganzen die 15% van zijn geteelde miniknollen op een perceel van 0,45 hectare hadden vernietigd. Het Faunafonds kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe van €945,00, later gehandhaafd op dit bedrag, wat door appellant werd betwist. De rechtbank stelde de vergoeding vast op €1.603,13, maar appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de schade moest worden berekend op basis van de misgelopen opbrengst aan het eind van het eerste jaar, niet op basis van het verloren gegane pootgoed aan het begin. Het Faunafonds had onvoldoende gemotiveerd waarom het advies van het Taxatiebureau Overheul met hogere opbrengst- en prijsgegevens werd gevolgd en had niet adequaat gereageerd op de door appellant overgelegde deskundige rapporten.
Na nadere motivering en correspondentie bleek dat de door appellant gehanteerde stukprijs van €0,45 per miniknol redelijk was en dat de totale schade neerkwam op €14.962,50, verminderd met 5% conform de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds tot €14.214,38. De Afdeling vernietigde de eerdere besluiten van het Faunafonds en bepaalde dat deze vergoeding met wettelijke rente aan appellant moet worden betaald. Tevens werd het Faunafonds veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het Faunafonds moet appellant een schadevergoeding van €14.214,38 betalen, vermeerderd met wettelijke rente.