ECLI:NL:RVS:2014:4384

Raad van State

Datum uitspraak
3 december 2014
Publicatiedatum
3 december 2014
Zaaknummer
201408282/1/R4
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J.C. Kranenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbAlgemene wet bestuursrechtWet ruimtelijke ordening
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013

Op 11 juni 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van appellant tegen het bestemmingsplan 'Ammonslaantje-Maaldrift 2013' van de gemeente Wassenaar ongegrond verklaard. Appellant verzocht hierna om herziening van deze uitspraak op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant stelde dat er feiten en omstandigheden waren die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden, waaronder een eerdere uitspraak uit 1998 en een vermeende feitelijke onjuistheid over bouwvlakken en bestemmingen op percelen te Wassenaar. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel.

De Afdeling overwoog dat het herzieningsverzoek niet bedoeld is om een eerder beslecht geschil opnieuw te openen of om argumenten opnieuw aan te voeren die eerder hadden kunnen worden ingebracht. Het verzoek tot herziening beoogde juist zo'n heropening en kon daarom niet worden gehonoreerd. Daarnaast kan het herstellen van rechterlijke misslagen niet worden beschouwd als een feit of omstandigheid in de zin van artikel 8:119 Awb Pro.

Ook werd geen aanleiding gezien om tot vervallenverklaring van de eerdere uitspraak over te gaan, omdat dit een buitenwettelijk middel is dat slechts in zeer bijzondere gevallen wordt toegepast. Gelet op deze overwegingen wees de Afdeling het verzoek tot herziening af en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over het bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013 wordt afgewezen.

Uitspraak

201408282/1/R4.
Datum uitspraak: 3 december 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[appellant A], wonend te Wassenaar, en [appellant B] en [appellant C], beiden wonend te Katwijk, (hierna: tezamen en in enkelvoud: [appellant]),
verzoekers,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 11 juni 2014, in zaak nr. 201307348/1/R4.
Procesverloop
Bij uitspraak van 11 juni 2014, in zaak nr. 201307348/1, heeft de Afdeling het beroep van [appellant] tegen het besluit van 10 juni 2013 van de raad van de gemeente Wassenaar waarbij het bestemmingsplan "Ammonslaantje-Maaldrift 2013" is vastgesteld, ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.
[appellant] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2014, waar [appellant], van wie [appellant B] en [appellant A] in persoon, is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. [appellant] voert aan dat de Afdeling in de uitspraak van 24 november 1998 in zaak nr. E01.97.0385 heeft overwogen dat het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het perceel naast het perceel [locatie A] te Wassenaar te klein is om woningbouw mogelijk te maken. [appellant] heeft het perceel nadien vergroot. Desondanks heeft de Afdeling in de uitspraak van 11 juni 2014 overwogen dat de raad in redelijkheid ervan heeft kunnen afzien aan het perceel een bouwvlak toe te kennen. Deze uitspraak is derhalve in strijd met de eerdere uitspraak van 24 november 1998, aldus [appellant].
De Afdeling heeft in de uitspraak van 11 juni 2014 overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat op het perceel [locatie B] te Wassenaar een bouwwerk is toegevoegd. [appellant] voert aan dat hij door middel van de in deze procedure overgelegde plankaart van het bestemmingsplan "Ammonslaantje 1998" en verklaringen van omwonenden aannemelijk heeft gemaakt dat op het perceel [locatie B] te Wassenaar een woning is toegevoegd en dat dit perceel geen agrarische bestemming heeft gehad.
[appellant] voert aan dat sprake is van een feitelijke onjuistheid, nu in de uitspraak van 11 juni 2014 ten onrechte ervan wordt uitgegaan dat hij heeft verzocht aan het perceel [locatie A] te Wassenaar een tweede bouwvlak toe te kennen.
[appellant] doet in verband met het bovenstaande een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
3. De Afdeling stelt voorop dat bij de beoordeling van een herzieningsverzoek uitsluitend van belang is of feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb zijn gesteld.
Ten aanzien van de overgelegde verklaringen en de overlegde plankaart overweegt de Afdeling dat het feit dat de overgelegde verklaringen zijn afgelegd en de plankaart is verkregen na de uitspraak van de Afdeling van 11 juni 2014 niet uitsluit dat zij betrekking hebben op feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór die uitspraak en aldus dienst kunnen doen ter vaststelling van een feit in de zin van artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er evenwel niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Het middel biedt een partij derhalve niet de mogelijkheid argumenten die in een eerdere procedure naar voren zijn of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw onderscheidenlijk alsnog naar voren te brengen en aldus het debat te heropenen nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Nu [appellant] met zijn uiteenzetting een zodanige heropening beoogt, moet het verzoek worden afgewezen.
Ten aanzien van de gestelde feitelijke onjuistheid, de gestelde strijd met de uitspraak van 24 november 1998 en het beroep op het gelijkheidsbeginsel overweegt de Afdeling dat het herstellen van rechterlijke misslagen, voor zover daar al sprake van zou zijn, niet kan worden begrepen onder de in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb bedoelde feiten of omstandigheden. Gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.
Voor zover daarom is verzocht, ziet de Afdeling evenmin reden om tot vervallenverklaring van de uitspraak over te gaan. Vervallenverklaring is een buitenwettelijk middel dat slechts in zeer bijzondere gevallen wordt gehanteerd. Zodanig bijzonder geval doet zich hier niet voor.
4. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, griffier.
w.g. Kranenburg w.g. Bijleveld
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2014
433.