ECLI:NL:RVS:2014:4316
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit bouwvergunning en schadevergoeding na vertraging realisering bouwplan
De zaak betreft een geschil tussen Beleggingsmaatschappij De Sprang B.V. en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam over de weigering van een bouwvergunning voor een watersportbedrijf en jachthaven op een terrein aan de Korte Ouderkerkerdijk 16 te Amsterdam.
Het college weigerde in 2003 de bouwvergunning, waarna een langdurige procedure volgde met meerdere adviezen van de welstandscommissie en aanpassingen van het bouwplan. Uiteindelijk verleende het college in 2007 een bouwvergunning voor het gewijzigde plan. De Sprang vorderde vervolgens schadevergoeding wegens vertraging bij de realisering van het bouwplan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van De Sprang tegen de afwijzing van schadevergoeding gegrond en vernietigde het besluit van het college. Zowel De Sprang als het college gingen in hoger beroep. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank, oordeelt dat het college opnieuw moet beslissen op het bezwaar van De Sprang, waarbij zij de omvang van de schade en het oorzakelijk verband met de vertraging aannemelijk moet maken.
De Raad overweegt dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van het eerste besluit een rechtmatig besluit had kunnen worden genomen dat dezelfde schade zou hebben veroorzaakt. De periode van vertraging wordt vastgesteld vanaf 3 september 2004 tot 21 augustus 2007, waarbij de negen maanden aanhouding op verzoek van De Sprang niet voor rekening van het college komen. De Sprang moet haar schade nader onderbouwen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en bepaalt dat het college opnieuw moet beslissen over het schadevergoedingsverzoek van De Sprang.