ECLI:NL:RVS:2014:412
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- F.C.M.A. Michiels
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning uitbreiding verffabriek wegens milieuschade
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht verleende op 28 december 2011 een omgevingsvergunning voor het veranderen van een verffabriek te Vreeland. Appellanten, waaronder een bedrijf gevestigd op een aangrenzend perceel, maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar van appellant A niet-ontvankelijk, wat door de rechtbank werd bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat appellant A wel belanghebbende is, omdat zijn bedrijf al 50 jaar op een perceel grenst aan de inrichting en rechtstreeks gevolgen kan ondervinden van de vergunning. Het college heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Verder stelt appellant dat de vergunning onterecht is verleend met toepassing van artikel 2.14, vijfde lid, Wabo, omdat de uitbreiding van de verfproductie leidt tot een toename van gevaarlijk afval en daarmee grotere nadelige milieueffecten dan toegestaan. De Afdeling stelt vast dat de vergunning van 11 september 2007 een maximum van 45 ton gevaarlijk afval voorschrijft, ongeacht externe regeneratie, en dat de uitbreiding deze norm overschrijdt. De vergunning is daarom onrechtmatig verleend.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept de omgevingsvergunning en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vergunning vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.