ECLI:NL:RVS:2014:3836
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late intrekking en verzuim in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 22 augustus 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 september 2014 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, maar trok dit hoger beroep op 26 september 2014 in. Later gaf de vreemdeling aan dat deze intrekking per abuis was gebeurd en verzocht om alsnog behandeling van het hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat een intrekking na afloop van de beroepstermijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van omstandigheden die niet aan de betrokkene zijn toe te rekenen, wat hier niet het geval was. Tevens was een nieuw hoger beroep niet tijdig ingesteld. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late intrekking en verzuim.